Tango: TTP, TTIP en TPA

America rule the globe!
President Obama laat er in zijn column in The Washington Post van 2 mei 2016 geen misverstand over bestaan: Amerika moet mondiaal de spelregels bepalen en uitmaken wat er gebeurt. Andere landen hebben zich te schikken naar de regels die Amerika en zijn bondgenoten opstellen en niet andersom.[ ‘America should write the rules. America should call the shots. Other countries should play by the rules that America and our partners set, and not the other way around.’]

Momenteel is de negende onderhandelingsronde gaande tussen de EU en de USA over, de TTIP (The Transatlantic Trade and Investment Partnership).
Intussen kauwt het Amerikaanse Congres hard op de controversiële TPA (Trade Promotion Authority), die de TPP-deal een duwtje in de rug moet geven.

Obama heeft het in deze column vooral over de onderhandelingen in het kader van TTP (Trans-Pacific Partnership) met: Australia, Brunei, Canada, Chili, Japan, Malaysia, Mexico, New Zealand, Peru, Singapore, de U.S.A. en Vietnam. Dit is het tweelingbroertje van de TTIP waarover Amerika momenteel met de EU onderhandelt.
De Amerikaanse president zet zich hierbij af tegen de RCEP (Regional Comprehensive Economic Partnership Conferentie) die afgelopen week plaatsvond in Australië, voor de twaalfde onderhandelingsronde en waaraan zestien landen deelnemen.

Het TTP zet de Amerikaanse op de eerste plaats en verzekert ons dat de Amerikanen de regels opstellen wat betreft de wereldhandel in de 21ste eeuw, aldus Obama.
De TTP versterkt de Amerikaanse economie en tegelijkertijd zijn nationale veiligheid. Wanneer TTP eenmaal een feit is, kunnen Amerikaanse bedrijven meer van hun producten exporteren en dat betekent meer hoger betaalde Amerikaanse banen. De wereld is veranderd en de regels veranderen mee. De Verenigde Staten moeten de regels opstellen en niet landen als China.

 

TTIP2016_OctopussysGrdan-

 

President Obama: ‘The TPP would let America, not China, lead the way on global trade’ / Washington Post – 2 mei 2016

Michael Persson: Ook Amerikanen maken zich zorgen over Handelsverdrag TTIP / Volkskrant 1 mei 2016 / ‘ De wind is ook in Amerika gedraaid, maar dat hebben die onderhandelaars nog niet in de gaten. ‘

THE BEATLES “Octopus’s Garden

 

Carpe Diem

 

 

Categories: handel en commercie, hegemonie, neoliberaal, politiek | Tags: , , , , ,

Vrijhandel op z’n Amerikaans: de slavernij van TTIP en TTP, bestaat uit knevel- en wurgconstructies

Amerika_paard-van-troje

 

Op zijn website doet ex-staatssecretaris van financiën Paul Craig Roberts uit de doeken waar het bij de TTIP (gericht op Europa) en de TTP (gericht op de Aziatische markt) volgens hem om gaat.

Het enige doel van TTIP (Transatlantisch vrijhandelsverdrag) is te dienen als schaamlap voor het Amerikaanse economische imperialisme over die landen die door hun politici voor grof geld zijn verkwanseld, als moderne slaven.

De Europese Commissie verbood niet voor niets openbaar maken van de TTIP-onderhandelingsteksten voor tenminste 30 jaar, wetende dat de TTIP-constructie geen schijn van kans zou hebben wanneer het publiek inzicht zou krijgen in de draagwijdte van de voorgenomen deal, de implicaties ervan en de diep ingrijpende gevolgen in volle omvang zou beseffen.

De TTIP beogen niet minder dan knevel- en wurgcontracten op te leggen aan de Europese ‘partners’ die krijgen voorgespiegeld dat zij rijke vruchten zullen plukken van een totale vrijhandel. De in naam van de EU onderhandelende politici en topmanagers zijn of onnozel of omkoopbaar, en vaak zijn ze beide.

Volgens officiële statistieken zullen tenminste een miljoen banen verloren gaan als direct gevolg van TTIP en twee miljoen meer wanneer de overeenkomst op alle onderdelen volledig geïmplementeerd zou worden. De enige drijfveer achter het Trojaanse TTIP-paard is: maximale aandeelhouderswinsten scoren, zonder de geringste scrupule waar het gaat om de menselijke factor (arbeid). Het is nooit genoeg, hoe groot de winst ook is, hij moet altijd groter.

Dankzij de door Greenpeace aan het licht gekomen documenten kunnen de burgers van de EU-landen in volle omvang zien wat de Europese Commissie in het geheim en stiekem aan het bekokstoven was. Die 248 pagina’s verdragstekst presenteren geen fris beeld van die aktiviteiten. Er staan controversiële en uiterst brisante zaken in zoals het verwateren van EU-richtlijnen en het compromitteren van kwaliteitsnormen ten koste van deugdelijke garanties van voedselcontroles en het afschaffen van het Europese verbod op genetisch gemanipuleerde voedselproducten.

De aan het licht gekomen TTIP-teksten bereiden ook de oneerlijke concurrentie voor van de Europese bedrijven door Amerikaanse multinationals. Europese producenten moeten namelijk voldoen aan hogere kwaliteitseisen dan hun Amerikaanse evenknieën die hun werknemers tegen hongerlonen laten werken op tijdelijke contracten en het met de kwaliteit en herkomst van de grondstoffen niet al te nauw nemen.

De ontmanteling van de Nederlandse PTT die stuiptrekkend de laatste fase ingaat, is een schrijnend voorbeeld van het louter op naakte winst en onderste-uit-de-kan-rendement gericht Amerikaans ‘ondernemerschap’. Het lot dat de V&D-warenhuizen was beschoren ligt Nederland nog vers in het geheugen.

Amerika’s doel: uitsluiting van China & Rusland

Volgens de politiek analist Thierry Meyssan laten de EU-onderhandelaars (TTIP) en hun ASEAN-lotgenoten (TTP) zich (willens en wetens?) door de Amerikanen een oor aannaaien door zich druk-druk-druk te maken om gedetailleerd gesteggel over productienormen en kwaliteitseisen. Die zijn weliswaar van belang, maar secundair. Meyssan noemt die fixatie: stupide, kortzichtig.

Het voornaamste doel dat het Amerikaanse financieel-politiek-militair establishment met de handelsverdragen beoogt, is namelijk hegemoniaal van aard, dat wil zeggen: het uitsluiten van Rusland en China van die markten die met de USA een TTIP- respectievelijk TTP-mega-wurgcontract zouden aangaan. De EU en de Aziatische ‘partners’ zouden zich door TTIP en TTP met huid en haar uitleveren aan de Amerikaanse financieel-economische bovenbazen. Slachtoffers van gedwongen nering.

Meysssan op de Voltaire site: ‘ [L]es négociations commerciales que les États-Unis ont entreprises avec l’Union européenne (TTIP) et avec l’ASEAN (TPP) n’ont pas pour but de renforcer leurs échanges, mais au contraire d’exclure la Russie et la Chine des marchés. C’est de manière bien stupide qu’Européens et Asiatiques se concentrent sur le choix des normes de production au lieu d’exiger l’entrée des Russes et des Chinois dans les négociations. //
[T]he commercial negotiations that the United States have undertaken with the European Union (Transatlantic Trade and Investment Partnership, or TTIP), and with the ASEAN (Trans Pacific Partnership, or TPP) are not aimed at reinforcing their exchanges, but on the contrary, at excluding Russia and China from the market. Stupidly, the Europeans and Asians are concentrating on the choice of production standards instead of demanding the entry of Russia and China into the negotiations.’

 

Het kan zelfs nog bonter: de EU zou in eerste aanzet een kind van de Amerikaanse geheime dienst zijn geweest. Zo’n vrucht moet welhaast opgroeien voor galg en rad, zoals we inmiddels allemaal weten.

‘DECLASSIFIED American government documents show that the US intelligence community ran a campaign in the Fifties and Sixties to build momentum for a united Europe. It funded and directed the European federalist movement …

The leaders of the European Movement – Retinger, the visionary Robert Schuman and the former Belgian prime minister Paul-Henri Spaak – were all treated as hired hands by their American sponsors. The US role was handled as a covert operation. ACUE’s funding came from the Ford and Rockefeller foundations as well as business groups with close ties to the US government.

The head of the Ford Foundation, ex-OSS officer Paul Hoffman, doubled as head of ACUE in the late Fifties. The State Department also played a role. A memo from the European section, dated June 11, 1965, advises the vice-president of the European Economic Community, Robert Marjolin, to pursue monetary union by stealth.

It recommends suppressing debate until the point at which “adoption of such proposals would become virtually inescapable”.’

Dat laatste zal iedereen intussen overbekend in de oren klinken: geen discussie, totdat de constructie een voldongen feit is en het slachtoffer beseft dat hij voor het blok is gezet ….. .

TTIP-Canalicchio_txt

* * *

 

ISDS – https://nl.wikipedia.org/wiki/Investeerder-staatarbitrage

Thierry Meyssan : De Amerikaanse buitenlandse politiek / op Voltaire Netwerk / 2016 May 10

Ambrose Evans-Pritchard in Brussels: ‘Euro-federalists financed by US spy chiefs’ / The Telegraph, 19 Sep 2000

Einde van de postbode

‘TNT Post heeft het grootste massaontslag sinds jaren aangekondigd. Postbodes met vaak meer dan dertig dienstjaren moeten plaatsmaken voor goedkope krachten. TNT ontslaat duizenden werknemers, terwijl er zoveel werk is dat het aantal uitzendkrachten niet aan te slepen is.’

http://www.npo.nl/zembla/16-10-2010/VARA_101240215

NRC 12 mei 2016 / ‘Winkeliers buigen voor PostNL. PostNL verlaagt vergoedingen voor winkeliers die fungeren als postkantoor. De winkeliers gaan toch akkoord, ze kunnen de extra klanten niet missen.’

 

over V&D / 09 maart 2015
‘Ruim een maand geleden viel het doek voor Nederlands grootste warenhuis, V&D. Vandaag publiceerden de curatoren het eerste zogeheten faillissementsverslag. Het geeft inzicht in de teloorgang van V&D en laat zien wie wat gedaan heeft om tot een doorstart te komen.

NRC 17 februari 2016 / ‘V&D is definitief failliet. De winkels gaan nooit meer open en 8.000 werknemers zijn hun baan kwijt.’

 

Carpe Diem

 

 

 

 

 

 

Categories: Europa, handel en commercie, hegemonie, neoliberaal, politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Moet Meursault worden onthoofd?

oorspr. gepost door Jerry Mager
op nelpuntnl.nl – 2014 september 10

‘Ieder spel heeft zijn regels. Zij bepalen, wat er binnen de tijdelijke wereld, die het spel heeft afgebakend, gelden zal. ……… De speler die zich tegen de regels verzet, of zich eraan onttrekt, is spelbreker. De spelbreker is heel iets anders dan de valsche speler. Deze laatste veinst het spel te spelen. Hij blijft den tooverkring van het spel in schijn erkennen. De gemeenschap van het spel vergeeft hem zijn zonde lichter dan den spelbreker, want deze laatste breekt hun wereld zelf. Door zich aan het spel te onttrekken, onthult hij de betrekkelijkheid en de broosheid van die spelwereld …. Daarom moet hij vernietigd worden, want hij bedreigt het bestaan der spelgemeenschap.’
Johan Huizinga (1951/1938:39): Homo Ludens

Meursault is de hoofdfiguur in L’Étranger (gepubliceerd in 1942, in door Duitsland bezet Frankrijk) van Albert Camus (1913-1960; Nobelprijs Literatuur, 1957). Het verhaal speelt zich af in Algerije, dat destijds een Franse kolonie was. Meursault staat terecht omdat hij een Arabier heeft doodgeschoten: ‘ … j’avais tué un Arabe.’ Aan het slot van het verhaal hoort hij het doodvonnis tegen zich eisen en uitspreken, hij zal worden geguillotineerd: ‘ … omdat de president me in zonderlinge bewoordingen meedeelde dat ik op een plein onthoofd zou worden in naam van het Franse volk. / … le président m’a dit dans une forme bizarre que j’aurais la tête tranchée sur une place publique au nom du peuple français.’ Meursault omschrijft het guillotineren laconiek als: Het mechanisme vermorzelde alles ‘… men werd onopvallend gedood, met een beetje schaamte en veel nauwkeurigheid / ….. la méchanique écrasait tout: on était tué discrètement, aven un peu de honte en beaucoup de précision.’ guillotine

Bij nader inzien, en achteraf bekeken, vind ik het apart dat het boek in Frankrijk kon worden gepubliceerd, want in het verhaal komt het Frankrijk van die tijd er bepaald niet genadig af. Camus portretteert vooral de Franse rechterlijke macht en de clerus op een uiterst onflatteuze wijze. Ik kreeg bij het lezen van deel II – Meursault zit dan in het gevang en heeft volop te maken met het justitiële apparaat – steevast de portretten van Daumier op het netvlies. De rechter van instructie die Meursault gedurende ruim elf maanden ondervraagt, is een godsdienstverdwaasde. Een ambtenaar die vermoedelijk tropenkolder heeft opgelopen en die niet helemaal fris is en zeker niet voor zijn taak geschikt. Waarschijnlijk stuurde ook het Franse gouvernement niet de beste krachten, niet de fine fleur, naar haar koloniën. Afdankertjes – dit zonder oneerbiedigheid jegens de betreffende persoon als mens te bedoelen. Meursault heeft weliswaar een Arabier – een inlander – doodgeschoten, maar dat was in die koloniale context nauwelijks reden om als Fransman te worden gevangen gezet, laat staan te worden onthoofd. (Zie ook Ger Verrips, 44) De Franse justitie zit dan ook behoorlijk in haar maag met het geval Meursault. Het draait erop uit dat Meursault eigenlijk wordt veroordeeld omdat hij zich harteloos jegens zijn moeder zou hebben gedragen. Hij heeft op haar begrafenis bijvoorbeeld niet gehuild en hij wist niet hoe oud ze precies was geworden. ‘Qu’importait si, accusé de meurtre, il était executé pour n’avoir pas pleuré à l’enterrement de sa mère?’ De vermoorde Arabier komt nauwelijks nog ter sprake.

De wijze waarop de rechters, de aanklager en zelfs de advocaat Meursault het verdomhoekje in drijven, is boeiend om al lezende te reconstrueren: net als de inlanders heeft deze arme Fransman (a poor white, white trash, vermoedelijk un pauvre pied noir) geen ene bliksem in te brengen. Het koloniale staatsapparaat walst over hem heen. Het enige wat er van hem wordt verlangd, is dat hij het decorum helpt ophouden. En precies dat, vertikt deze Meursault, hij zou niet eens weten hoe dat moest. Hij weigert het spelletje mee te spelen en is dus spelbreker. Als Meursault zich ergens aan schuldig maakt, dan is het wel aan spelbederf. De aanklager ‘verklaarde dat ik niets te maken had met een samenleving wier waarachtigste verordeningen ik verloochende …’ aldus Meursault. Door zijn gedrag en zijn taaluitingen, stelt Meursault de hypocritische dimensies, de schijnheilige veinzerij van de heersende maatschappelijke mores aan de kaak, en dat is (nog steeds) een halsmisdrijf. Zeker wanneer je de bolwerken van de juridische en religieuze instanties op de korrel neemt. Daumier-lesgensdejustice

Ik denk dat Sam Dresden (63) dat bedoelt, als hij Meursault beschrijft als ‘een onschuldige vreemdeling die schuld draagt.’ Dresden acht Meursault niet onschuldig aan moord, maar volgens Camus – aldus Dresden – moet onschuld niet worden bezien als een morele categorie ‘en heeft geen waarde als graadmeter voor een goed of slecht leven, maar is een zijnswijze die zich in heel verschillende omstandigheden al dan niet voordoet.’ Ik parafraseer dit als wrong time, wrong place: Meursault was op het verkeerde moment op de verkeerde plek. In L’étranger ‘wordt de onbetwistbare schuld van de moordenaar [ i.e. Meursault; jm] naar de achtegrond verwezen en verdoezeld door de veel evidenter schuld van kerk en rechterlijke macht.’ Meursault is niet in staat het (sociaal) vastgestelde spel mee te spelen en wordt dus effectief en meedogenloos te grazen genomen. Wat Meursault in feite en zijns ondanks doet, is de rechters en de kerk buiten spel zetten en dat is dodelijk, want die laten zich eenvoudigweg niet buiten spel zetten en zij maken korte metten met iedereen en alles die ook maar de schijn wekt hun absolute gelijk en onfeilbaarheid aan te vechten. Denk maar eens aan een vonnis (het geval Lucia de Berk bijvoorbeeld) of een fatwa (ook een soort vonnis, maar dan religieus), daar valt als individu nauwelijks tegen op te boksen.

Meursault wordt in de gevangenis genadeloos op zijn huid gezeten door vertegenwoordigers van het juridische staatsapparaat (rechters, aanklagers en advocaten) en het clericale establishment (de priester-aalmoezenier). Dit zijn immers bij uitstek de instituten die ervoor moeten zorgen dat de meute in het gareel blijft en daar zelf belang bij hebben.

Camus-getekendDaarnaast speelt de pers (tegenwoordig: de media) een belangrijke rol. Uit Parijs worden speciaal journalisten ingevlogen om de spraakmakende processen te verslaan voor het thuisfront. Aanvankelijk zet Meursault het Franse establishment (en de lezer) op het verkeerde been door zijn mededeling meteen aan het begin: ‘Aujourd’hui, maman est morte’. Het gebruik van maman, in plaats van ma mère, doet in eerste instantie vermoeden dat Meursault is zoals wij. Dat hij in ieder geval bereid is te doen alsof hij van zijn moeder houdt op de voorgeschreven wijze en als bewijs daarvan de geëigende uitingen ten toon zal spreiden. Allengs wordt echter duidelijk dat Meursault inderdaad is zoals de meesten van ons vermoedelijk zijn, maar dan zonder het masker van de sociale conventies en dat is hele andere koek. Het is niet de bedoeling dat ons als huichelaars de spiegel wordt voorgehouden. Dat zal Meursault uiteindelijk moeten bezuren. Dresden noemt Meursault ‘een lijdende figuur’ en ziet dat bevestigd in een latere uitspraak van Camus, die Meursault ‘de enige christus die wij verdienen,’ noemt. Na ettelijke herlezingen van L‘ Étranger, zie ik vooral een persoon die geweldloos (lijdelijk) verzet lijkt te plegen (Christus, Ghandi ….), en daarmee bij ‘de autoriteiten en het gezag’ als een rode lap op een stier werkt. Ze krijgen geen vat op Meursault, terwijl Meursault naïef denkt dat ze hem alleen niet begrijpen.

Zoals altijd wanneer ik zin heb me te ontdoen van iemand naar wie ik nauwelijks luister, leek het alsof ik met hem instemde.’
Albert Camus (vertaling, 2011:70): De vreemdeling

Misschien dat Camus, die als arme Fransman in Algerije werd geboren, met de moedermelk in kreeg gegoten dat inlanders (hij was tenslotte een arme pied noir, met ongeletterde ouders) niets konden uitrichten tegen de koloniale overheersers en dat lijdelijk verzet het enige was dat hen eventueel restte. Un homme révolté dus, maar dan als natuurlijke houding en zonder het vooropgezet doel dat te zijn. Maar dit is speculatie. Ik zal ongetwijfeld nog op, andere, nieuwe interpretaties komen, want L’Étranger levert bij iedere lezing onherroepelijk verrassende nieuwe gezichtspunten op. Meursault wordt aanvankelijk bij Arabische gedetineerden opgesloten. Waarom? Een Fransman, tussen inlanders? ‘Ze lachten toen ze me zagen. Daarna vroegen ze wat ik had gedaan. Ik zei dat ik een Arabier had gedood, waarop ze zwegen.’ Meursault is blijkbaar helemaal niet bang te worden gelyncht en vertelt gewoon de waarheid. Ook de Arabieren lijken helemaal niet aan lynchen te denken. Zo lagen de verhoudingen destijds immers. Zij leggen Meursault zelfs uit hoe die zijn mat moet oprollen om er een soort matras-met-peluw van te maken. Misschien hoopten de Franse autoriteiten dat de Arabieren Meursault zouden lynchen, dat zou Meursault in ieder geval in een slachtofferrol plaatsen en zijn moord op een inlander (zie je wel; het zijn beesten) enigszins rechtvaardigen. Allemaal speculatie. Voor hetzelfde geld gaat de redenering: gelijke monniken, gelijke kappen, op.

Pikant vind ik dat L’Étranger in het bezette Frankrijk van 1942, van de Duitse censor, in de persoon van de Sonderführer Gerhart Heller, een enthousiaste recensie krijgt. Heller – zo vertelt Verrips (49) – ‘las de roman in één ruk uit en belde Gallimard [de uitgever; jm] de volgende ochtend om te laten weten dat hij de verschijning van het boek als een grote gebeurtenis in de moderne literatuur beschouwde en medewerking zou verlenen om het benodigde papier te verkrijgen.’ Is het niet curieus, een bezetter, een étranger – dus ongeveer in een vergelijkbare positie als de Fransen in Afrika – die enthousiast is over juist deze roman. Meursault denkt in verband met de guillotine aan de revolutie van 1789. Dat jaartal is vooral verbonden met de naam Emmanuel Sieyès (1748-1836) en luidt de emancipatie in van de ‘derde stand’ – le tièrs état (pamflet van Sieyès in 1789: Qu’est-ce que le tiers état? ). Het Franse klootjesvolk had er genoeg van louter als melkkoe voor de eerste (adel) en tweede (geestelijkheid) stand te dienen. Het vormt de opmaat naar de revolutie en luidt de overgang in van koninkrijk naar republiek. In de koloniale context van het verhaal is dit een brisant thema. Meursaults collega heet Emmanuel, net zoals Raymond dezelfde achternaam heeft als de moeder van Camus, namelijk Sintès.

Ik was al van plan om L’Étranger opnieuw te herlezen, toen ik een recensie zag in de New York Review of Books (5 juni 2014 – http://www.nybooks.com/articles/archives/2014/jun/05/camus-new-letranger/ ) van een nieuwe vertaling in het Engels door Sandra Smith. Smith vertaalde L’Étranger met The Outsider, hetgeen mij opnieuw bewijst dat het verhaal actueel blijft en zo mogelijk actueler dan ooit is. We delen onze werelden immers steeds sneller, harder en meedogenlozer in: insiders horen erbij, die mogen meedoen, outsiders staan buiten spel of worden buiten spel gezet. Terwijl we allemaal, als passanten op deze planeet, uiteindelijk vreemdelingen zijn. Vaak heel onwellevende botte vreemdelingen ook nog. Met dwingende kaders en een beklemmend keurslijf van ‘rouw’ (voornamelijk geregisseerd door de media en uitgebuit door zowel de media als de politiek) kregen we afgelopen periode te maken naar aanleiding van de ramp met vlucht MH17 op 17 juli 2014. Ook Verrips heeft het over vertalingen en Smith is zeker niet de eerste die Outsider gebruikt. In het Duits, zo meldt Verrips, bestaat een vertaling waarin étranger wordt vertaald als afvallige, Der Abtrünnige. Ik ken die Duitse titel niet, maar stel me voor dat afvallige verwijst naar een lezing waarin Meursault vooral als een nestbevuiler, een verrader, wordt gezien. Bovendien wordt ‘afvallige’ gebruikt voor iemand die van zijn of haar geloof is gevallen. Meursault laat zich niet onbetuigd wanneer het erom gaat van zijn on-geloof te getuigen.

Dat Smith met haar vertaling (van de titel) de plank misslaat, kan ik niet beweren, omdat er legio lezingen van L’Étranger mogelijk zijn. Ik blijf ‘de vreemdeling’ de beste vertaling vinden, maar ‘outsider’ klinkt allicht hoopvoller, omdat je dan immers ook ‘insiders’ kunt veronderstellen. Ik neig echter meer naar Julia Kristeva’s stelling, die beweert dat we allemaal een Meursault zijn, en dat we zelfs steeds meer Meursault worden. Ook bij de titel van Kristeva’s boek (1988) – Étrangers à nous mêmes – speelt de moeilijkheid van vertalen. We zijn en blijven vreemdelingen in onze respectieve eigen talen en zijn vaak zelfs daarin nauwelijks helemaal thuis en op ons gemak. De Nederlandse vertaalster Irene Beckers koos voor: ‘De vreemdeling in onszelf.’ Die titel zou kunnen hinten op een bekende, naast de vreemdeling, terwijl ik in Kristeva’s titel sterker aanvoel dat we totale vreemdelingen (aan en voor) onzelf zijn.

Zowel Albert Camus als Julia Kristeva behoren, zeker in deze tijd, bijna tot de verplichte literatuur. Je hoort, leest en ziet immers nauwelijks nog iets of het heeft met vreemdelingen, nationaliteiten, identiteiten en paspoorten te maken. Onze vervreemding betreft echter ook vervreemding van deze planeet. De winning van schaliegas is de meeste recente grove aanslag op de aarde, net als het massaal ontbossen en ontginnen van mega-gebieden ten behoeve van commercieel winstgevende monocultures. We schijnen intussen wereldwijd over een nucleair arsenaal te beschikken waarmee we ons melkwegstelsel enkele keren kunnen opblazen.

‘Ten aanzien van het vreemdelingenprobleem zijn de woorden, de moeilijkheden, ja zelfs de impasses van onze voorouders meer dan een geschiedenis; ze vormen een culturele afstand die bewaard en ontwikkeld moet worden, een afstand van waaruit primaire houdingen van afwijzing of onverschilligheid gematigd en veranderd kunnen worden, evenals de willekeurige of utilitaire beslissingen waarmee tegenwoordig de betrekkingen met vreemdelingen geregeld worden. Te meer daar wij allen bezig zijn vreemdelingen te worden in een wereld die wijder is dan ooit, veelvormiger dan ooit onder haar ogenschijnlijke eenheid van wetenschap en media.’
Julia Kristeva (1991:114): De vreemdeling in onszelf

kristeva-sepia-met-tekst

LEZEN:

Albert Camus (2014/1942): L’Étranger / Paris: Gallimard / ISBN: 978-2-07-036002-4 (paperback)

Nederlandse vertaling van Adriaan Morriën (2011/1949): De vreemdeling / Amsterdam: De Bezige Bij / ISBN: 978 90 234 6257 6 (paperback)

Sandra Smith (2012): The Outsider / Penguin Classics / ISBN: 978-0-141-19806-4 (paperback) Op het internet zijn de Franse tekst en Engelse vertalingen te vinden

  1. Dresden (2000): Kanttekeningen bij een buitensporige figuur / in Raster nr. 90; 2000: 55-67 / Amsterdam: de Bezige Bij / ISBN: 90 234 1409 8 Ger Verrips (1977): Albert Camus: een leven tegen de leugen / Uitgeverij Balans & Uitgeverij Van Halewyck, Leuven / ISBN: 90 5018 35 4 (gebonden/gekartonneerd)

Julia Kristeva (1988): Étrangers à nous mêmes / Paris: Fayard / ISBN: 2-213-02177-5

Nederlandse vertaling door Irene Beckers (1991): De vreemdeling in onszelf / Amsterdam: uitgeverij Contact / ISBN: 90-254-6831-4 (paperback)

Johan Huizinga: Verzamelde Werken, deel 5 / 1950, Haarlem: Tjeenk Willink & Zoon; Homo Ludens, zelfstandige uitgave 1974, Groningen: Tjeenk Willink / ISBN: 90 01 40904 0 (paperback)

Categories: literatuur, politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De Nieuwe Zorg is milieuvriendelijk en marktgeoriënteerd: de sterksten en rijksten overleven

OPINIE – Raoul du Pré – Volkskrant 07/06/14, 08:01

Eindelijk komt de concurrentie op prijs en kwaliteit in de zorg echt op gang. Het concept is veelbelovend, schrijft Raoul du Pré in het commentaar van de Volkskrant.

Als minister Schippers zo doorgaat, zal haar naam met hoofdletters worden geschreven in de geschiedenis van de zorg. De nieuwe basisverzekering belooft een fundamentele ommezwaai te worden in de verhouding tussen patiënt, zorgverlener en verzekeraar.

———————-  ——————-  ——————–  ———————–02-11-2013_schippers_euthanasie

‘Merkwaardig zou zijn als decentralisatie niet leidt tot lokale verschillen’

Door: Raoul du Pré – Volkskrant 30/09/2014, 13:44

Commentaar –   De gedachte achter de decentralisatie van de zorg is dat gemeenten het beter kunnen, dichter bij huis, meer op maat gesneden, schrijft Raoul du Pré in het commentaar van de Volkskrant. ‘Sterker: als het stelsel werkt, zijn er straks verschillen op wijk- en buurtniveau.’

De gedachte achter de decentralisatie is dat gemeenten het beter kunnen, dichter bij huis, meer op maat gesneden. In dat licht zou het pas echt merwaardig zijn als er nu géén lokale verschillen ontstaan. Sterker: als het stelsel werkt, zijn er straks verschillen op wijk- en buurtniveau.

Het zal niet overal vanzelf goed gaan. In het komend half jaar moeten gemeentebesturen aantonen dat zij in staat zijn de juiste zorg op maat te leveren, moeten gemeenteraden bewijzen dat zij bij machte zijn om op tijd bij te sturen en zullen zorgbehoevenden soms moeten vechten voor hun rechten.
De Raad voor de Rechtspraak waarschuwde vorig jaar al: uiteindelijk zullen er rechters aan te pas moeten komen om te bepalen of de rechtsongelijkheid niet te ver doorschiet.

Categories: centen en zorg, economisch-financieel, maatschappij & moraal, neoliberaal, politiek, sociaaleconomisch, waarden & normen | Tags: , , , , , ,

Timmermans (PvdA) verrast door Hennis en PVV-rapport over exit EU

Volkskrant 24/03/2014, 19:55

Uit de EU stappen is schadelijk voor de Nederlandse handel en zal negatieve effecten hebben op de economie en de financiële stabiliteit. Dat blijkt uit een brief die minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Hij reageert daarin op een rapport dat de PVV heeft laten opstellen door onderzoeksbureau Capital Economics. Timmermans laat geen spaan heel van de argumentatie. Volgens hem baseert Capital Economics zijn conclusies op ‘onrealistische aannames’ en laat het ‘aantoonbare baten’ van het EU-lidmaatschap buiten beschouwing.

Hennis en Timmermans de euro

Categories: economisch-financieel, Europa, politiek cabaret | Tags: , , , , ,

Het ‘nieuw begin’ bij VVD-premier Mark Rutte. In Den Bosch begint de Victorie!

Rutte voelt ‘nieuw begin’     Volkskrant 23/11/2013, 16:29

Premier Mark Rutte voelt dat we aan de vooravond staan van ‘een nieuw begin’ en dat we als land ‘weer op stoom beginnen te komen’. Rutte zei dat zaterdag (23 november 2013) aan het slot van een VVD-congres in Den Bosch.

Rutte en van baalen verkleind + blauw + Mickey-tekst

ollie + tekst

 

Categories: politiek, politiek cabaret | Tags: , , , ,

Is de ZZP’er/flexwerker de held van de toekomst of de sneue loser die zich moet laten foppen en piepelen?

dit stond eerder op de site Cato Senator / G. Buyters
14 november 2014

Het aantal ZZP’ers in Nederland neemt hand over hand toe. Zijn zij de paria’s van de moderne economie, de wegwerpwerknemers, of zijn ze de glanzende voorhoede van een nieuwe werkende klasse? Is iedere ZZP’er dat vrijwillig, of hebben velen zich het etiket laten opdringen en zouden ze liever terug willen naar een vaste baan, indien daartoe de mogelijkheid werd geboden? Vakbondsmanager Linde Gonggrijp stelt de werknemer met een vaste baan als loonslaaf tegenover de flexwerker als vrije ondernemer. Zij heeft het over ‘duurzame flexibiliteit’, whatever that may be.
Met vrijwillig ZZP’er-schap is niets mis, maar het de voorkeur geven aan werken met een vast arbeidscontract hoeft daarom niet denigrerend weggezet te worden. Het gaat erom dat wij zelf kunnen kiezen of we vast dan wel los werk willen of niet. Keuzemogelijkheid, dát is emancipatie. Dat er niet flexibel op je pensioen wordt gekort, dát is veiligheid. Hieronder twee zienswijzen over ZZP’er-schap en de rol en functie van een vakbond in dit kader: Linde Gonggrijp (Directeur FNV Zelfstandigen) en Jerry Mager

# # # #

Linde Gonggrijp; directeur FNV Zelfstandigen, belangenbehartiger van en voor zzp’ers – Opinie TROUW 09/11/2013, 12:00

Ingekort en bewerkt – zie Trouw voor originele versie

Onder de Haagse polderstolp wordt nog steeds geredeneerd in traditionele werkgevers/werknemersverhoudingen. Het lijkt alsof Nederland maar twee soorten mensen kent: werknemers met een baan, en werkgevers die mensen in dienst nemen. Zo blijft de realiteit op een fors deel van de arbeidsmarkt consequent buiten beeld. Want hoeveel mensen hébben nog een vaste baan? En hoe zal dat over tien jaar zijn?

De honderdduizenden zzp’ers kennen deze nieuwe realiteit al. Die horen en lezen met verbazing de verhalen in de media over de onderhandelingen in politiek Den Haag over de aanpassing van het pensioenstelsel, van de WW en het ontslagrecht. Deze verhalen gaan niet over hen. Zelfstandigen bouwen geen pensioen op en beroepen zich niet op werkloosheid- of ontslagrechten. … …. ….

Beide, werkgevers én vakbonden, zien de groei van het aantal zelfstandigen als een ondermijning van het reguliere systeem van arbeidsverhoudingen – waar zij juist hun positie aan ontlenen. En zolang de overheid de financiering van de sociale zekerheid via lasten op vaste arbeid laat lopen, vormt de groei van het aantal zelfstandigen een bedreiging voor het voortbestaan van dat systeem.

groeiend aantal ZZP’ers
Tien jaar geleden had nog 75 procent van de werkenden een vast contract, nu is dat nog maar 69 procent.  …..
Econoom Alfred Kleinknecht pleitte in een paginagroot interview (Economie, 6 november) voor meer vaste banen, zelfs voor de terugkeer van de ‘baan voor het leven’. Dat zal niet gebeuren.
Het is een misverstand te denken dat alleen vast werk goed werk kan zijn. Dat ontkent de keuze van honderdduizenden mensen die hun werk op een andere manier inrichten, op basis van vakmanschap en een eigen risicoprofiel, met individuele vrijheid en met zelfontplooiing.

‘flexibiliteit’ als de norm?
…. De arbeidsmarkt in onze open economie kan niet worden dichtgeregeld met beschermingsconstructies voor vaste banen. Wat we wél kunnen doen is investeren in flexibiliteit.
Door al die mensen die flexibel werken meer mogelijkheden te geven om doelen te realiseren die nu alleen bereikbaar zijn met een vaste baan; denk aan pensioen en hypotheek.

Flexibiliteit moet juist het uitgangspunt zijn voor elk nieuw beleid voor de arbeidsmarkt. Hervorming van de arbeidsmarkt bereik je door te zorgen voor zo min mogelijk belemmeringen voor een overgang van de éne arbeidsverhouding naar de andere. Dat verkleint ook de kans op excessen, gedwongen ‘zelfstandigheid’ en andere schijnconstructies.

duurzame flexibiliteit?
Ik zie de opkomst en de groei van het aantal zelfstandigen als een emancipatiebeweging van zelfbewuste mensen die gekozen hebben voor vrijheid en zelfstandigheid en tegen het werknemerschap, in plaats van als een maatschappelijke ontwikkeling die moet worden tegengegaan.
Wie de arbeidsmarkt wil hervormen moet juist investeren in deze groep. Je kunt ‘flex’ ook omarmen door de belofte uit het ‘herfstakkoord’ waar te maken om snel iets te doen aan het opzetten van een pensioenvoorziening voor zelfstandigen. Dan toont de politiek visie en wordt er een echte stap vooruit gezet naar een duurzame flexibele arbeidsmarkt. …..
Het wordt tijd om de werkelijke situatie op de arbeidsmarkt onder ogen te zien en te investeren in duurzame flexibiliteit.

Zie Trouw 09.11.2013 voor de originele versie

met Mieremet - doen we deze week aannemen of ontslaan ....

reactie van Jerry Mager (12/11/2013)

Veel zzp’ers zullen mw. Gonggrijp vermoedelijk als een buitenaards wezen beschouwen. Wie en wat is zij? Een zzp’er die zich voor een flexibele klus aan het FNV verhuurt? Wat is dat FNV waar zij voor werkt? In ieder geval geen traditionele vakbond, lees ik uit wat zij schrijft. De vakbond-van-de-toekomst? Wat voor rechtsvorm heeft dat FNV Zelfstandigen waarvan zij directeur is? Is het een beursgenoteerde toko die winstgericht is? Mogelijk, misschien, maar dat zou ik graag willen weten.

Met flexibiliteit is niks mis, met onzekerheid en risico evenmin, maar onveiligheid en gevaar zijn natuurlijk heel andere zaken. Iemand die op de beurs speculeert, neemt bewust risico, met haar eigen geld vanzelfsprekend. Iemand wiens pensioen stelselmatig wordt gekort omdat anderen met haar geld ongelukkig op de beurs opereren, die zit in een ander verhaal. Die wordt haars ondanks aan gevaar blootgesteld. Mw. Gonggrijp lijkt zelfvervullende profetie te bedrijven vanuit flexfundamentalisme.

Net zoals álles-markt of álles-overheid karikaturale gedrochten zijn en nooit werken, zo is álles-flex dat ook: het vernietigt namelijk de keuzemogelijkheid. Keuze vereist verscheidenheid. Als iedereen verplicht flexwerker is, is flex de norm, want er is niets anders. Flexwerken kan aantrekkelijk worden, door onveiligheid en gevaar om te zetten in kans en uitdaging. Dáár hebben we dan een overheid voor nodig, nationaal en super-nationaal. Op dat niveau opereren ook de échte vakbonden.

Jerry Mager (11/11/2013)

Een pensioenvoorziening voor zelfstandigen lijkt me een positief idee. Maar ‘duurzaam flexibel’ klinkt weer als een oxymoron. Mw. Gonggrijp lijkt het ondernemerschap-met-eigen-risicoprofiel te willen onderbrengen bij de vaste-baan-noemer. Met iemand die vrijwillig zzp’er is geworden, is niets aan de hand, maar gedwongen zzp’er ….? Waarom zou flexibiliteit in een vaste baan niet kunnen? Afwisselend werk, job enrichment? Wat is daar mis mee? Schep een level playing field en laat kiezen.

Categories: economisch-financieel, politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Topinkomens woningcorporatiemanagers moeten van de rechter omhóóg!

Bewerkt door: redactie VOLKSKRANT −30/10/13, 12:14 − bron: ANP
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/11698/Kabinet-Rutte-II/article/detail/3535861/2013/10/30/Streep-door-regeling-topinkomens-woningcorporaties.dhtml

“De regeling waarmee minister Stef Blok (Wonen) de inkomens van topfunctionarissen bij woningcorporaties aan banden wil leggen, kan niet door de beugel. De rechtbank in Den Haag heeft woensdag een streep gezet door deze ministeriële regeling waarmee Blok dat mogelijk wilde maken. Als de minister toch wil ingrijpen, moet hij opnieuw naar ‘de tekentafel’ om een nieuwe regeling op te stellen.

De regeling is gebasseerd op de Wet Normering Topinkomens (WNT). De verenigingen die de zaak voor de rechter brachten, vonden dat die wet in strijd is met internationale verdragen. Maar dat vinden de rechters niet. Daardoor kan Blok met die wet in de hand een nieuwe regeling opstellen.”

blonde blauwe blazer + tekst Stef Blok

stef-blok-woonakkoord + tekst

stef-blok-handen, flip + tekst business

mafia boss_met huizen + tekst Stef Blok

rechter 2 + tekst karbonaadje rechts

ollie-b-bommel + tekst _ 2 _ klein karbo.  echte Heer voedzame maaltijd

Categories: economisch-financieel, politiek cabaret, waarden & normen | Tags: , , ,

premier Rutte is niet eens afluisterwaardig

Rutte: ‘Geen aanwijzingen dat ik word afgeluisterd’

Rutte, niet afgeluisterd

Bewerkt door: redactie – Volkskrant 24/10/13, 14:59 − bron: ANP

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/11698/Kabinet-Rutte-II/article/detail/3532565/2013/10/24/Rutte-Geen-aanwijzingen-dat-ik-word-afgeluisterd.dhtml

© anp. Premier Rutte tijdens de wekelijkse persconferentie, vorige week vrijdag.

Minister-president Mark Rutte heeft geen aanwijzingen dat hij wordt afgeluisterd. Dat zei hij donderdag in Brussel na onthullingen dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel mogelijk door de Amerikanen wordt afgeluisterd. ‘Ik weet niet zeker of ik word afgeluisterd, maar ik heb geen aanwijzingen’, aldus de premier.

Rutte, niet afgeluisterd - 2

Categories: politiek, politiek cabaret | Tags: , , , ,

Bestaan bonafide bankiers? Een eed op de golfbaan?

door Jerry Mager
gepost op NELPUNTNL.NL op 18 september 2013

“De nieuwe credit default swapinstrumenten [CDS’s; jm] zijn een indrukwekkend efficiënte manier om risico’s te spreiden en daarmee te verminderen – dat zijn ze althans, als ze worden gebruikt zoals de bedenkers het hebben bedoeld.
De nieuwe financiële instrumenten waren heel, heel slim, maar ze hadden één onfortuinlijke bijwerking: ze maakten het bankieren kapot. Dat was zo omdat het bankbedrijf in de kern een eenvoudige business is of zou moeten zijn. Cliënten deponeren geld bij een bank in ruil voor rente; de bank leent dat geld uit aan andere mensen, tegen een hogere rente. Bekoorlijk of interessant is dat niet, maar bankieren wordt dan ook niet verondersteld op BASE-jumping of hiphop te lijken.”
John Lanchester (2010:92,93): De kapitale crisis

De bankiers gaan hun leven beteren. Volgend jaar moeten alle financiële dienstverleners een eed afleggen, de bankierseed, die inmiddels al door commissarissen en bestuursleden van financiële instellingen afgelegd wordt. Op de website van de Rijksoverheid staat het als volgt:
“Banken moeten hun verantwoordelijkheid nemen en zich dienstbaar opstellen aan consumenten en bedrijven. Zo kunnen zij het vertrouwen in de sector herwinnen. Beloningsbeleid speelt daarbij een belangrijke rol.
De bankierseed geldt nu voor bestuurders en commissarissen. De reikwijdte van de eed wordt uitgebreid naar medewerkers met klantcontact en medewerkers die het risicoprofiel van de financiële onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden, zoals effectenhandelaren. Ook zij moeten in het vervolg de eed of belofte afleggen. Daarmee geven ze uitdrukkelijk aandacht aan het belang van hun maatschappelijke rol. Ze beloven de belangen van aandeelhouders, klanten en de samenleving zorgvuldig af te wegen.
De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) houden toezicht op de eedaflegging en de naleving. Zij kunnen maatregelen nemen als dat nodig is, bijvoorbeeld een boete. Bij bestuurders en commissarissen is ontslag de uiterste maatregel.”

tovenaarsleerlingen?
De hamvraag bij deze nobele intentieverklaring is: begrijpen al die brave lieden die straks de eed afleggen – met inbegrip van de topcats die de eed al hebben gepleegd – precies waarmee ze bezig zijn en wat ze hun klanten verkopen of aanraden? Kunnen zij de implicaties en gevolgen van hun daden overzien? Hebben en krijgen ze te maken met “financiële producten” die ze in alle finesses doorzien en begrijpen? Ik geloof daar eerlijk gezegd weinig van. De recente geschiedenis bewijst dat tovenaarsleerlingen in deze biotoop eerder regeling dan uitzondering zijn.
Er zou slechts een select clubje ingewijden bestaan die in deze wirwar van financiële constructies, “producten” en regelgeving enigszins van de hoed en de rand weten. Wie dat precies zijn, weet niemand.

“Recent investigations by regulators have revealed very large differences in the way banks assess the same or similar risks. Some of the differences are the result of the directives given by different national regulators, but it’s hard to escape the suspicion that banks continue to choose their methods so as to reduce risk weights, and therefore the amount of equity they are required to hold. Even some senior bankers admit the process is opaque.”
Donald MacKenzie (2013): The Magic Lever

Oud-bankier Van Mierlo legt uit (Volkskrant 12 sept. 13) dat de bankierseed niet moet worden gezien als een straf die de bankiers en hun voetvolk wordt opgelegd voor hun verzaken en incompetentie, dus hun overantwoordelijke opstelling, die voor een fors deel debet zijn aan de financiële crises – de gepasseerde [en naar mijn verwachting de komende; jm] – maar als een belofte aan ons, de maatschappij: de bankiers gaan voortaan beter hun eerlijke best doen en de eed zal hen daar bij helpen.
Van Mierlo trekt de parallel met: “tandartsen, ministers, Kamerleden, burgemeesters, rechters, advocaten, officieren van justitie, psychologen, artsen, ambtenaren, verpleegsters. Voor al deze beroepsgroepen is hun eed een middel om vertrouwen te kweken, een cultuurinstrument en een middel tot zelfreiniging van de sector.”

afstand nemen, distantiëren
Voornoemde eedafleggende beroepsgroepen zouden er mijns inziens verstandig aan doen indien zij zich nadrukkelijk distantiëren van deze poging tot encanaillering vanwege de bankiers. De eed die bijvoorbeeld Kamerleden en tandartsen afleggen zijn al geruime tijd aan erosie onderhevig waar het gaat om door de burger-klant-consument au serieux genomen worden. Indien zo’n eed ter sprake komt wordt er besmuikt om gegniffeld. Het recent verschenen rapport “Een lastig gesprek” legt voor de zoveelste keer nogeens uit waarom, en een artikel als van Dorien Pessers (“Vertrouwen van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm”) wint slechts aan actualiteit en prangende pregnantie. Het gaat doodgewoon om: fatsoen.
Bij de meeste tandartsen lijkt de normale beroepsopvatting gelukkig nog te overheersen – al heeft het onzalige experiment van VVD-minister Edith Schippers aanzienlijke averij aangericht – maar declaraties van onverrichte behandelingen blijven. Zo’n spookdeclaratie is dan nog altijd beter dan dat de consument-patiënt onnodige ingrepen voor de kiezen krijgt, omdat de tandartsenmaatschap in cash flow problemen verkeert dan wel insolvabel dreigt te worden, vanwege alimentatie­verplichtingen of daling van de overwaarde op een buitenhuis of villa bijvoorbeeld.

Aan de goede wil en oprechtheid van meneer Van Mierlo hoeven we misschien niet te twijfelen, maar ik acht allerminst uitgesloten dat hij door minder plichtsgetrouwe soort- en beroepsgenoten als useful idiot wordt gebruikt om het imago van de beroepsgroep eningszins op te krikken en van een nieuw laagje vernis te voorzien. Wat let bankiers c.s. om zonder eed te tonen dat zij hun leven beteren? Wie komt er trouwens op het idee om een eed als straf te aan te merken? Wat een merkwaardige associatie. Het afleggen van de beroepseed verhoogt juist de status van de betreffende beroepsbeoefenaren en bevestigt op rituele wijze dat zij in de asymmetrische machtsverhoudingen tussen cliënt en aanbieder geen misbruik van hun positie zullen maken.
De fameuze neuroloog Jansen S., inmiddels uit het artsenberoep gezet, is een recent voorbeeld van hoe het zelfs bij dokters rampzalig uit de hand kan lopen. Zou de professor Stapel niet hebben gefraudeerd indien hem een beroepseed was afgenomen?

kaatsen, golfen & reetketelsteen

De eed op de kaatsbaan vond in 1789 plaats in revolutionair Parijs en betrof de Verklaring van de rechten van de mens. Ik kwam op de associatie golfbaan-kaatsbaan door een gesprek over de aanstaande bankierseed dat ik onlangs opving in het OV. Drie dames, klaarblijkelijk werkzaam in de financiële sector, bediscussieerden de eed die vanaf 2015 door iedereen in de financiële sector zou moeten worden afgelegd. Wat hun hoog zat, was dat ook zij straks die eed of belofte moeten afleggen, maar dat ze toch hun targets zouden moeten blijven halen, eed of geen eed. “Aan zo’n eed heb dus je geen ene r..t,” proestten ze in koor.

FA_00616 doodskop + snor
Deze dames hadden met name geen hoge verwachtingen van het heilzame effect dat deze eed zou moeten uitoefenen op het wereldbeeld en gedrag van de topmanagers in de financiële biotoop. Immers, zo vatte een van hun het beeld en de mening samen die zij van en over van de topmensen hadden: “Ondanks hun geaffecteerde hete aardappels in de keel, hun krijtstreeppakken, glimmende auto’s-met-chauffeur, hun lidmaatschap van golfverenigingen en/of jachtclubs, is en blijft het gesjocht schoelje, schorriemorrie en tuig van de richel.” Daar zat geen woord Grieks, Fins of Italiaans bij. De affaire Scheringa met zijn DSB zat deze dames nog vers in het geheugen; die narigheid hadden ze van heel nabij meegemaakt en daarbij hadden ze het schrijnende gebrek aan fatsoensnormen, integriteit en vooral vakmanschap in de financiële wereld zeer nadrukkelijk ervaren.
Een medereiziger die zich in het gesprek mengde, had evenmin een hoge pet op van eden en van deze bankierseed al helemaal niet. “Misschien,” zo zei hij veelbetekend, ”misschien wordt het tijd dat die jongens niet meer vrij en los over straat moeten kunnen lopen. Nu, komen ze er gewoon mee weg en ze trekken ook nog een lange neus naar ons.” De rest van de conversatie heb ik niet gehoord, omdat ik inmiddels op mijn uitstapstation was gearriveerd.

“But what if effectiveness were a quality widely imputed to managers and bureaucrats both by themselves and others, but in fact a quality which rarely exists apart from this imputation?
It is specifically and only managerial and bureaucratic expertise that I am going to put in question. And the conclusion to which I shall finally move is that such expertise does indeed turn out to be one more moral fiction, because the kind of knowledge which would be required to sustain it does not exist.”
Alasdair Macintyre (1981:72): After Virtue

Oud-bankier Van Mierlo, betoogt dat de beroepseed voor financiële dienstverleners kan dienen als (nieuw) middel en (nieuwe) inspiratiebron bij de opvoeding en “voor ontwikkeling van ons geweten en voor verankering van de gewenste beroepscultuur”, zodat we weer een maatschappij krijgen die gebouwd is op vertrouwen.
De waarden en fatsoensnormen die een normaal en enigszins beschaafd samenleven faciliteren echter, krijg je al op vroege leeftijd van thuis mee – of niet natuurlijk. Het overdragen van die waarden geschiedt nauwelijks expliciet, ze worden je min of meer met de moedermelk toegediend en via de huidporiën geabsorbeerd. Onmisbaar en complementair hieraan is goed onderwijs, door professionele cultuurdragers. We weten intussen hoe belabberd het na dertig jaar ver-managen van ons onderwijs met dat onderwijs is gesteld, dus laat varen iedere hoop, roei met de riemen die je hebt en blijf dapper dweilen terwijl de kraan wagenwijd open staat. Degenen die het meekrijgen en het in zich hebben, komen toch vanzelf bovendrijven. De rest, helaas is dat de grootste groep, valt daarbuiten.

jong geleerd, oud gedaan
Kinderen die worden grootgebracht op frikandellen, chips en cola, terwijl ze tig uur per dag tv mogen kijken in een huis waar geen boek is te vinden, zullen die gewoonten hoogstwaarschijnlijk houden en op hun beurt doorgeven aan hun kinderen. Het zelfde geldt voor sport en andere lichaamsbeweging. Als darts en biljarten met veel bier, kroketten en sigaretten van jongs af aan als de ultieme sportieve prestaties gelden, dan ligt obesitas vlak om de hoek. Ze weten immers niet beter.
Een eed heeft alleen een betekenis voor iemand die enigszins “gebildet” is, waarbij de paradox geldt dat voor een “Gebildeter” zo’n eed eigenlijk overbodig is. Die persoon heeft de waarden en fatsoensnormen immers al geïnternaliseerd. De eed fungeert hooguit als chique bevestiging, het hoort bij het ritueel van maatschappelijke verantwoordelijkheden op je nemen en staat zeker niet voor dreiging met een sanctie. Dat oud-bankier Van Mierlo in die richting denkt, vind ik al een veeg teken dat mij weinig vertrouwen inboezemt.

the status seekers
Het wangedrag, inclusief incompetentie en slapen-tijdens-je-wacht, van bankiers c.s. heeft de erosie van maatschappelijk vertrouwen in een verwoestende stroomversnelling geduwd en uitgerekend die beroepsgroep zou met behulp van “een eed” dat vertrouwen moeten helpen herstellen? Mij komt het eerder voor dat de leden van de financiële beroepsgroep zich door zo’n eed denken in te wrikken in de gelederen van beroepsbeoefenaren die een dergelijke eed al afleggen, dus: “tandartsen, ministers, Kamerleden, burgemeesters, rechters, advocaten, officieren van justitie, psychologen, artsen, ambtenaren, verpleegsters”. Daarbij zou dan het prestige dat voornoemde beroepsgroepen misschien nog genieten (dat prestige varieert per beroepsgroep) op de bankiers afstralen – it rubs off, op iets dergelijks hopen ze blijkbaar.

“Ik stel daarom één eigenschap voorop die alle mensen gemeen hebben: een aanhoudende en rusteloze begeerte naar macht en nog meer macht, die pas eindigt met de dood.
Als we iemand meer hebben aangedaan dan we kunnen of willen vergoeden, zullen we geneigd zijn het slachtoffer te haten. Want we moeten dan rekenen op wraak of op vergiffenis; en beide dingen zijn verfoeilijk.”
Thomas Hobbes (2005:138,140): Leviathan

ongedekte cheques
De door Van Mierlo genoemde beroepsgroepen doen er goed aan zich ijlings en met nadruk te distantiëren van de eed-afleggende-bankiers teneinde verdere devaluatie van hun beroepseer door contaminatie te voorkomen. Totdat bankiers daad-werkelijk hebben bewezen dat ze fatsoenlijk zijn (geworden) geven ze wat mij betreft met hun eden even zovele ongedekte cheques af. Bankiers kunnen beginnen met het ontwikkelen van een besef dat de gelden waarmee ze omgaan, niet van hen zijn. Dat zou ons al een flink eind op streek helpen. Ze zouden bijvoorbeeld het rapport van de Commissie Wijffels (“Naar een Dienstbaar en Stabiel Bankwezen “) onder het hoofdkussen kunnen leggen en dat voor het slapen gaan en na het wakker worden grondig lezen.
Pas in 2019 worden enkele belangrijke financiële voorschriften (leverage, kapitaalbuffers) van kracht en menige grote bank heeft zelfs nog steeds geen begin gemaakt met het scheiden van commercial banking en investment banking. Bij het in elkaar draaien van Basel III stellen de door de bankensector ingehuurde lobbyisten alles in het werk om er een tandenloos creatuur van te wrochten. Waar bazelen we dus over met die bankierseed?

De bankierseed zou misschien enig preventief effect kunnen sorteren vanwege een fikse geldboete ingeval meineed vastgesteld zou worden. Wanneer is hier echter sprake van meineed en hoe hoog moet zo’n geldboete niet zijn? Dat wordt per geval een eindeloos gesteggel. Bankiers doen er alles aan om financiële rampen als natuurverschijnselen te verkopen. Het verbinden van een geldboete of gevangenisstraf aan een eed doet het aanzien van de eed als symbool geen goed.

lachertjes
De eden van Kamerleden en tandartsen stellen al bitter weinig meer voor en worden al dan niet besmuikt als lachertjes ervaren. De beoefenaren zijn overwegend carrière-procesmanagers geworden, die misschien nog enig beroepsprestige denken te peuren uit het feit dat zij een eed afleggen. De meesten zal zo’n eed weinig meer zeggen, indien het ze al ooit iets gezegd heeft.
Velen van ons zal het geval van de beruchte neuroloog Jansen S. nog vers in het geheugen ligen. Deze man heeft vele levens zo niet verwoest dan toch ernstig ontregeld en beschadigd. Desniettemin kon hij in Nederland lang ongestoord zijn gang gaan en werd pas uit het medische beroep ontzet, nadat hij het in Duitsland te bont had gemaakt. Bij bankiers en aanverwanten moeten we dat ontzetten-uit-het-beroep nog meemaken. Is bijvoorbeeld iemand als wijlen Rienk Kamer ooit uit de financiële biotoop verdwenen? Kortom, het ware beter voor iedereen indien we van deze circuspoespas met die eed verschoond bleven.

verspilling van maatschappelijk kapitaal & ressentiment
De neoliberale ieder-voor-zich-mentaliteit kost ons allen een heleboel. Het kost ons vooral tijd en ergernis. Immers, zelfs indien je je als cliënt, consument, patiënt grondig inleest en terdege voorbereidt alvorens gebruik te maken van de diensten van een financiële verkoper of een tandarts (voor advocaten, autogarages, onderwijsinstellingen en hele rest geldt natuurlijk hetzelfde) dan blijf je als amateur-leek in kennis achter bij degene die er zijn of haar vak van heeft gemaakt.
mijnwerker tandarts FA_00582
Vertrouwen spaart tijd. Indien je op de verkoper en/of dienstenleverancier kunt vertrouwen, hoef je je niet tot de tanden te wapenen alvorens de onderhandelingen/het gesprek aan te gaan. Het zou wat zijn wanneer je voordat je naar een tandarts ging eerst een detective moest inhuren om uit te pluizen hoe het ervoor staat met de financiële situatie van de respectieve maten en of hun onderneming wel solvabel is. Onbetaalbaar en onbegonnen werk, natuurlijk.
Word je dan alsnog bedot, bedonderd, gepakt en afgescheept, of zelfs al krijg je alleen maar dat idee en gevoel, dan resulteert dat makkelijk in ressentiment. Meestal zul je je verlies moeten nemen, omdat je er anders nog bekaaider vanaf komt. Waartoe opgehoopt ressentiment leidt, zien we om ons heen en een plezierige aanblik biedt dat allerminst.

“Met elektronisch geld in het vooruitzicht verliest het geld zijn materiële aanwezigheid en verandert het in een zuiver virtuele entiteit (toegankelijk door een bankkaart of zelfs een immateriële code). Maar deze de-materialisatie versterkt juist de greep van het geld. Het geld (het complexe netwerk van financiële transacties) verandert in een onzichtbaar en daarom al-machtig, spookachtig raamwerk dat onze levens bepaalt. …. [S]teeds vaker krijgt geld de kenmerken van een onzichtbaar spookachtig ding, dat alleen in zijn effecten kan worden waargenomen.
”Slavoj Zizek (1997:120,121): Het subject en zijn onbehagen.

Lectuur:

Anat Admati and Martin Hellwig (2013): The Bankers’ New Clothes: What’s Wrong with Banking and What to Do about It / Princeton / ISBN 978 0 691 15684 2 9 ( Don MacKenzie refereert aan dit boek: “At the core of the debate is the validity of one of the fundamental results of modern financial economics, the Modigliani-Miler theorem.”)

Uit een review door Will Hutton in de New Statesman (25 April 2013):

“The Bankers’ New Clothes is a lucid exposition of the intellectual falsehoods deployed by banks to justify the ways in which they went about growing their business beyond any reasonable assessment of risk in the run-up to the crisis of 2008 and which they continue to peddle today.”

Thomas Hobbes (2005/1651): Leviathan / Amsterdam: Boom / ISBN 90 5352 792 3 (pbk) / Ndl. Vertaling W.E. Krul, inleiding en bibliografie B.A.G.M. Tromp

John Lanchester (2010): De kapitale crisis: de ondergang van de wereldeconomie / Amsterdam: Prometheus / ISBN13: 9789044614862 (pbk)

John Lanchester (2012): Capital / London, New York, etc.: Norton

http://focus.knack.be/entertainment/boeken/boek-van-de-week/boek-van-de-week-kapitaal-van-john-lanchester/article-4000082462309.htm

http://www.nybooks.com/articles/archives/2013/mar/07/way-they-live-now/?pagination=false

Donald MacKenzie (2013): The Magic Lever, on how the big banks get away with it artikel in de London Review of Books, no. 9, vol. 35: 16-19

Peter de Waard (2013): ‘De bankierseed is symboolpolitiek, hierna een tandartseed?’ in de Volkskrant 12/09/13

Slavoj Zizek (1997): Het subject en zijn onbehagen. Vijf essays over psychoanalyse en het cartesiaanse cogito / Amsterdam – Meppel: Boom / ISBN 90 5352 345 6 (pbk)

Categories: economisch-financieel, maatschappij & moraal | Tags: , , , , , , , , , , , , ,

Create a free website or blog at WordPress.com.